We hebben een nieuw teamlid in ons midden: impactmaker, podcasthost en verbinder Ludo Ansems. We interviewden hem over zijn kijk op hoe we in Nederland keuzes maken over onze ruimte, hoe hij denkt dat het anders kan en waarom volgens hem durven dromen ongelofelijk belangrijk is.
Wat valt jou op aan de manier waarop we in Nederland keuzes maken over onze fysieke ruimte?
Wat mij opvalt, is dat we het vaak doen zoals we het altijd gedaan hebben. Een aanpak, ook al werkt die niet écht goed, opgelegd in plaats van samen gekozen. Met het risico dat je belanghebbenden niet of veel te laat aan tafel haalt. Dat vind ik interessant. We willen het wel, mensen eerder betrekken, maar vrezen ook gedoe. Dat gedoe vinden we spannend en dan gaan we het liever niet aan. Alleen het punt is: als we mensen níet op tijd betrekken, wordt het gedoe alleen maar groter.
Waarom zijn we zo bang voor gedoe?
Volgens mij zit er een soort collectieve angst voor oprecht contact. Zeker met mensen waarvan je vermoedt dat ze het niet met je eens zijn. We praten makkelijker over mensen dan met ze. Terwijl je ook gewoon naar mensen toe kan gaan. Juist als er afstand is werkt dat magisch, mits je geduld hebt. Dan kan het gebeuren dat je twee uur lang narigheid over je heen krijgt, maar soms is dat nou eenmaal nodig voor er weer ruimte voor contact komt. Sterker, doorgaans zie je dat dan de ruimte ontstaat om ook jouw wensen te delen en ontstaat er oog voor elkaar en een wil er samen uit te komen.

Wat helpt om het anders te doen?
Aandacht. Volle aandacht. Je eigen agenda opzij. Oprecht proberen te begrijpen waar het probleem voor die ander zit. Vaak zit het helemaal niet in het grote verhaal, maar in een paar keuzes in de uitvoering. Dingen die net zo goed ook anders kunnen.
Wat ik veel zie, is dat mensen het niet per se oneens zijn met wat er moet gebeuren. Maar wel met de manier erop. Het probleem is dat we de manier waarop ook al bedacht hebben en we die liefst even snel erdoorheen drukken. Zogenaamd betrekken.
We vergeten dat wij mensen hele sensitieve wezens zijn. We voelen het, als er niet oprecht met ons wordt omgegaan. Als participatie geveinst wordt, voelen we dat ook –en we hebben er allemaal een hekel aan. En dus krijg je weerstand. Maar als je dat weet is het ook wel een beetje dom om toch weer diezelfde aanpak te blijven kiezen.
Hoe kijk jij naar de spanning tussen tijd maken en tempo maken?
Als je mensen echt aandacht geeft en betrekt, gaat het proces altijd sneller. Iets aan het begin van een proces doordrukken creëert schijnsnelheid. Je bent er nu vanaf, maar later krijg je dat in je gezicht terug. In de vorm van meer weerstand en bezwaren. Ja zeggen en nee doen, dat soort dingen.
Ik noem dat de foie gras-methode, waar ganzen tegen hun wil volgepropt worden met eten via nota bene een pijp in hun keel. Je duwt het door. Dat werkt nooit bij mensen. Die zetten de hakken in het zand. Volkomen terecht.
Wat is voor jou dan de kern van een goed omgevingsproces?
Wat erg helpt is als je bij de start afspreekt dat iedereen met een glimlach tekent voor wat je afspreekt. Dan begin je bij: ik wil rekening houden met wat voor jou belangrijk is. En ik vertrouw erop dat jij dat ook bij mij doet.
We zijn een beetje vergeten dat medemenselijkheid gewoon de basis is in dit soort gesprekken.

Je hebt bewust voor ons bureau gekozen. Waarom?
Ik had eigenlijk een verkennend gesprek met als persoonlijk doel om als gespreksleider voor jullie aan de slag te gaan. Maar er was een diepere klik met de twee mensen die ik sprak. Later in dat proces zag ik een flipover-vel van één van jullie brainstormsessies over kernwaarden waar heel groot ‘liefde’ op stond. Laat dat nou mijn belangrijkste kernwaarde zijn –en zo expliciet noemen zie je zelden in zakelijke context. Toen wist ik: als we dat delen komt de rest wel goed en kunnen we samen veel meer impact kunt maken dan ik alleen.
Waarom is impact maken belangrijk voor jou?
Rijk worden drijft me niet, ik wil impactmiljardair worden. Dat we uit ‘het is nou eenmaal zo’ gaan, naar ‘zo willen we het hebben’. Dat mensen weer gaan dromen en vervolgens gaan doen wat nodig is om die dromen te realiseren.
Kun je een voorbeeld geven van die dromen?
Ik deed als klimaatburgemeester een droomwensen-project op een school in mijn woonplaats Breda. Droomwensen hoe we beter met de aarde omgaan. Jelte, een jongen van 11, zei: “ik wil vogelhuisjes rondom het schoolplein.”
De directrice van de school koos uit 68 wensen deze om te gaan realiseren. Voor het eind van het jaar hangen ze er, en niet een paar, maar 200. En dat niet alleen. We zijn nu ook voor andere scholen bezig. Scholen die minder budget hebben. De huisjes die we hier niet kwijt kunnen doneren we aan die scholen. We bouwen ze zelf, de kinderen en hun ouders.
Dus wat begon met één wens, wordt ineens iets groters. De kinderen zien hun droom uitkomen –besef je wat dat met ze doet. En wat later gebeurt… ouders gaan zich ook afvragen: wat is eigenlijk mijn droom? En dan…
Waar kijk je het meest naar uit om samen met ons te gaan doen?
Dat we de verbinding én de verbeelding in Nederland weer wakker maken. Dat mensen weer echt met elkaar in gesprek gaan. Durven dromen over hoe Nederland eruit kan zien en het dan gaan waarmaken.
